'Bij die hongertochten zijn ook veel mensen door de kou bezweken. Ik heb een keer een paar meisjes zien lopen met hun dode vader op de handkar. Die gingen weer naar huis.'
'M’n linnengoed, al mijn tafelzilver, m’n vloerkleed, alles heb ik ingeruild voor eten. Op den duur wilden de boeren geen linnengoed meer. Sommigen hadden zelfs een bordje op hun deur: 'Geen linnengoed meer'.'
Vervoer gestremd
Als reactie op de Spoorwegstaking wordt het voedseltransport naar West-Nederland verboden. Na zes weken wordt het verbod ingetrokken, maar de toevoer blijft gestremd door het onttakelde spoorwegnet en de Duitse vordering van goederen. In de strenge winter van 1944/45 heerst er in de steden grote hongersnood. Ook de aanvoer van kolen uit het bevrijde zuiden valt weg. Gas en elektriciteit worden afgesloten.

Brandstof en voedsel
Om aan brandstof te komen kappen de mensen bomen en slopen ze leegstaande huizen. De geteerde houtblokjes tussen de tramrails worden weggehaald. Bomen worden illegaal omgezaagd. De hoeveelheid voedsel die ‘op de bon’ kan worden verkregen daalt sterk.
Het distributiesysteem is ineen gestort. In de gaarkeuken kan eens per dag, op vertoon van een bonnenkaart, een pannetje waterige stamppot of soep van aardappelschillen worden afgehaald. Vaak moet men in de barre kou lang in de rij staan.
![]() |
Doosje met aardappels per post
Het gezin Bontekoe probeert de hongerwinter door te komen. Dochter Anneke kan zich de honger nog
![]() |
Meer dan 20.000 mensen sterven van de honger. Ze worden nauwelijks meer begraven. De grond is te hard en de energie voor graafwerk en transport ontbreekt. In Amsterdam worden de lijken in de Zuiderkerk opgeslagen. Het is een strenge winter en er is geen hout voor kisten.