Met bonnen kun je bepaalde producten kopen. Als je boodschappen gaat doen moet je dus geld èn de goede bonnen meenemen. Bonkaarten waren er ook voor én na de bezetting omdat er ook toen producten schaars waren.
 |
| Omslag van een boekje dat helpt bij het 'leven met de bon'. |
Niet alles komt meteen op de bon. Pas als het schaars wordt (als er te weinig van is) is dat nodig.
Bijvoorbeeld:
Juni 1940: koffie, thee, brood, boter, benzine, kolen
Juli 1940: margarine, vet, deegwaren, havermout
Augustus 1940: zeep
September 1940: vlees, vleeswaren
Voorjaar 1941: melk, aardappels
Mei 1942: tabak
ZwangerOnderduikers hebben geen eigen bonnen maar ze moeten toch ook eten. Verzetsmensen stelen daarom bonnen en die worden naar de onderduikadressen gebracht. Bijvoorbeeld door zwangere vrouwen...
Kijk onder
'uitvindingen' naar deze smokkelkleding en meer 'nieuwe' producten uit de oorlog.