Dagboek van Aad Ammerlaan.
Op 17 juni 1943 begint de 19-jarige boerenzoon Aad Ammerlaan een dagboek.
'Deze dag werden we gekeurd. Er was niets aan te veranderen. De nsb-dokter keurde zo: alles wat een normaal hoofd en armen en benen had kon naar Duitschland.'
Aad probeert de volgende dagen tevergeefs een vrijstelling te bemachtigen. Hij vertrekt met een aantal klasgenoten naar Tuttlingen, vlakbij de Zwitserse grens.
'Vreemd om in een fabriek te werken terwijl we de vrijheid gewend zijn', schrijft hij. Het bevalt hem niet dat 'alles bestemd is voor de rotmoffen'.
Dan ontmoet hij de berggids Elvers. Die helpt Aad met twee vrienden de grens over.