De eerste twee dingen die je moet doen zijn hetzelfde als bij het werkstuk: kies een niet te groot onderwerp en verzamel informatie. Dan bepaal je de inhoud van de spreekbeurt. En ga je oefenen!
* Eerst uitschrijven
Schrijf op wat je in je spreekbeurt wilt vertellen. Je kunt de hele tekst uitschrijven, maar dan moet je oppassen dat je spreekbeurt geen voorleesbeurt wordt.
Je kunt ook alleen de belangrijkste woorden en begrippen opschrijven. Die zijn het geheugensteuntje tijdens je spreekbeurt.
* Oefenen
Om te oefenen vertel je je verhaal hardop aan jezelf. Je kunt dit voor een spiegel doen. Ook kun je je verhaal aan aandere kinderen of je huisgenoten vertellen. Aan hun reactie kun je zien of je spreekbeurt goed is of niet en kun je je verhaal aanpassen. Let op of je je verhaal kwijt kunt in de tijd die je er voor hebt.
* Plaatjes of voorwerpen
Je spreekbeurt wordt leuker als je plaatjes of voorwerpen kunt laten zien in de klas. Hang ze eventueel op of laat ze rond gaan. Leg goed uit waarom dat wat je laat zien belangrijk is voor je onderwerp. Soms is het ook leuk om te vertellen hoe je er aan bent gekomen.