• Museum
  • Tweede Wereldoorlog
  • Kinderen
kinderen

Pop Suzie

Ik ben Suzie en 'mijn ouders' zijn Inge en Peter. In 1935 was Peter net één jaar. Twee jaar later vluchtte Peter met zijn ouders en zusje Inge naar Rotterdam. In 1940 maakten ze het bombardement op Rotterdam mee.

De vader van Peter vluchtte, maar werd door de Duitsers opgepakt en op transport gezet. Peter zag zijn vader nooit meer terug.

Zijn moeder vond een onderduikadres in Amsterdam. Peter en Inge kwamen in een kindertehuis in Zeist terecht. Daarna volgden nog verschillende onderduikadressen. De bevrijding maakten ze mee in Amsterdam.

Ik, Suzie, reisde overal mee. Ik was niet meer alleen een pop om mee te spelen, ik werd kameraad, mascotte, steun en toeverlaat. Ik heb alles gezien en meebeleefd, de angsten, de onzekerheid, de hoop, de geheime radio Oranje, de noodkacheltjes waarop suikerbieten en bloembollen werden gekookt, de koffiemolen om graan te malen, de razzia's op mensen, het eten uit de gaarkeuken waaraan Peter haast stierf, de voedseldroppings, de intocht van de Engelsen en Canadezen, de bevrijders van Amsterdam.

Peter, Inge, hun moeder en ik hebben de oorlog op wonderbaarlijke wijze overleefd. Tot de dag van vandaag ben ik nog steeds onafscheidelijk met Peter verbonden. Ik ben nooit van zijn zijde geweken en pronk op zijn nachtkastje naast de foto van zijn vader.

Peter Leers schreef na de oorlog dit verhaal van de pop Suzie


Trefwoorden: kinderen in onderduik - speelgoed